Het schilderij

Frans Faase


1.

Toen ik die avond op m'n fiets stapte, was het een van die zelfzame momenten dat ik me voldaan en tot rust gekomen voelde. In de paar uren die ik na het eten nog had overgewerkt, had ik een elegant oplossing geprogrammeerd voor een lastig probleem. Terwijl ik langzaam wegfietste van mijn kantoor dat gevestigt was in een voormalig politie bureau, snoof ik de zwoele, frisse geur van de warme lente avond op. De lucht kleurde helder geel. Eerder op de avond had ik samen met wat collegas shoarma gegeten bij Camel aan de oude markt. Nu peddelde ik op mijn gemak door de verlaten winkelstraten in het centrum van de stad. Nadat ik het stadhuis voorbij was gereden, reed ik rechtsaf de Walstraat in. Een van die achteraf straatjes zonder winkels, maar wel met een zonderlinge mengelingen van cafees, eetgelegenheden en culturele panden. Zo had je er het jazz café de Tor en het Vestzak theater, het enige filmhuis wat de stad kende. Maar ook de artiesten ingang van de schouwburg. Verder had het jeugdtheater Sonnevanck er zijn thuisbasis en had je er de Grafiek Winkel. Onwillekeurig blikte ik bij de kunstgalerie "Beeld en Aambeeld" naar binnen. In mijn ooghoeken zag ik iets dat mij onmiddellijk deed beslissen om om te keren. Behoedzaam draaide ik zonder af te stappen om in het smalle straatje en kwam tot stilstand voor de winkelpui, daarbij met een voet steunend op de stenen rand onderaan de etalage ruiten. Alles wees er op dat de galerie gevestigt was in een voormalig winkelpand, waarvan het interieur echter danig was verbouwd. Op de vloer lagen rode tegeltjes en in het voorste deel stond een zwarte vleugel. Het achterste gedeelte bestond uit twee verdiepingen die door middel van stenen trapjes uitgevoerd in dezelfde rode tegeltjes bereikbaar waren. Maar niets van dit alles had mijn belangstelling getrokken. Aan de linkerwand hing een groot abstract doek: een wit doek met brede willekeurig gevormde zwarte vegen die een soort web leken te vormen, hier en daar vermengend met andere kleuren. Ik schatte het doek op anderhalf bij twee meter. In de galerie hingen zo te zien nog meer doeken van dezelfde schilder. Toen merkte ik het foldertje op dat in de vensterbank lag. Het doek dat mijn oog had getroffen stond afgebeeld op de voorkant. Ik boog iets voorover om de naam van de schilder te kunnen lezen: Billy Foley. Na nog een laatste blik geworpen te hebben op het schilderij, keerde ik om en vervolgde m'n weg in een nog rustiger tempo. Pas buiten het centrum maakte ik meer vaart toen ik merkte dat het toch echt fris begon te worden nu de zon achter de horizon was verdwenen.

2.

De volgende zaterdag parkeerde ik mijn fiets gewoonte getrouw bij de boekwinkel "de Slegte", waar ik altijd eerst even een half uurtje rondsnuffelde om te kijken of er nog interessante boeken lagen. Pas toen ik de winkel uitliep herinnerde ik me weer dat ik zeker nog even bij de galerie langs moest om het schilderij bij daglicht te aanschouwen. Dat was geen probleem, want het lag op de route naar de markt. Ik besloot er maar meteen naar toe te lopen. Nog voor dat ik goed en wel voor de winkel stond, zag ik tot mijn opluchting dat het schilderij er nog hing. De galerie was open. Vlug stapte ik door de iets wat gammele winkeldeur naar binnen. Onmiddellijk waande ik mij in een bekend museum, zoals het stedelijk museum in Amsterdam. Hier hing een absolute meesterwerk aan de wand. Het rinkelende geluid van de winkeldeur die achter mij in het slot viel, deed mij beseffen dat ik maar in een achteraf galerie van een provincie stad stond. De tweede gedachten die ik had was simpel maar duidelijk: Dit wil ik hebben. Snel keek ik de galerie rond. Op de boven verdiepingen hingen nog twee grote doeken van dezelfde schilder, zonder twijfel, maar toch totaal anders, en op de benenden verdieping zag ik nog wat tekeningen hangen van zijn hand. Als vanzelf werd mijn blik getrokken naar het doek voor mij. Opnieuw werd ik overweldigd, misschien nog wel sterker dan de eerste keer, alsof ik helemaal alleen was in een grote museumzaal met dit wonderbaarlijke schilderij. Ik deed een aantal stappen vooruit totdat het doek mijn hele blikveld vulde. De subtiele details die de bewegingen van de kwasten hadden achtergelaten, werden nu zichtbaar. Het spel van de lijnen in het schilderij danste voor mijn ogen. Toen ik naderbij trad om het doek van zeer dichtbij te bekijken, werd ik mijn gewaar van een totaal andere wereld. Gefasineerd keek ik naar al de kleine details die de schilder door zijn pennenstreken en krassen had voort gebracht. Iedere vierkante centimeter had zo zijn eigen bekoring. Een geluid van iemand op de beneden verdieping, deed mij een aantal stappen achteruit doen, zodat ik het gehele schilerij overzag. Opnieuw leken de zwarte lijnen en vegen voor het witte doek te zweven, alsof het schilderij diepte had. Maar op een of andere manier kon ik niet eenduidig vaststellen welke lijn er voor welke lijn zweefde. Ondanks dat ik het gevoel had er uren naar te kunnen kijken, liep ik van het schilderij weg om het weer van grote afstand te bezien.